Bel +31 (0)30 44 2 00 15,   Whatsapp of mail info@ipmpartners.com
MO Den Bosch: Een einde aan dakloosheid
Deel deze klantcase

MO Den Bosch: Een einde aan dakloosheid

In ons boek ‘Organisaties die wél (samen)werken‘ beschrijven auteurs Peter Geelen & Fleur Verhagen hoe je met integraal prestatiemanagement een samenwerking tussen organisaties richt, inricht en de activiteiten laat verrichten met de klant als uitgangspunt. In het boek laten we diverse gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen aan het woord om hun ervaringen met ketensturing te delen. Graag delen we het verhaal van Thijs Honig, directeur van Maatschappelijke Opvang ‘s-Hertogenbosch.

Maatschappelijke Opvang (MO) Den Bosch ondersteunt mensen die dak- of thuisloos zijn of te maken hebben met relationeel geweld. Wij helpen mensen om weer grip te krijgen op het leven, door hun eigen kracht en autonomie te hervinden. Dat doen we onder andere door te werken met de aanpak ‘Wonen Eerst’.

De aanpak ‘Wonen Eerst’ is een paradigmashift. Waar mensen voorheen lange tijd in de opvang verbleven, krijgen zij nu zo snel mogelijk een eigen woonplek, om van daaruit aan herstel te werken. Onderzoek laat zien dat dit effectiever werkt om dakloosheid te beëindigen, dat het leidt tot een hogere kwaliteit van leven en tot lagere maatschappelijke kosten. Je kunt je voorstellen dat niemand beter wordt van langdurig verblijf in een volle opvang met mensen die allemaal hun problemen hebben. Hoe langer mensen in de opvang blijven, hoe complexer de problemen worden. Het landelijke beleid is erop gericht om met ‘Wonen Eerst’ dakloosheid in Nederland vóór 2030 te beëindigen. Dat vraagt om intensieve samenwerking met alle partijen die daarin een rol spelen, waaronder woningcorporaties, gemeenten en zorgpartijen. De paradigmashift is deels in onze eigen handen, maar we zijn ook afhankelijk van allerlei externe factoren waarop we maar deels of zelfs
helemaal geen invloed hebben. We willen vernieuwen en zijn samen met onze partners aan een maatschappelijke versnellingsagenda begonnen, een sprint waarbij we ook hordes tegenkomen. Dat vergt veel schakelvermogen. Neem bijvoorbeeld het structurele woningtekort en de exponentiële groei van mensen die in armoede leven en dakloos of dreigend dakloos zijn.

Er is relatief weinig ketensturing in de publieke sector. Het is vaak onvoldoende duidelijk wie in een bepaalde situatie de regie heeft. Dit brengt het risico met zich mee dat niemand zich verantwoordelijk voelt en dat er voor mensen met een kras op hun ziel niet de juiste oplossing wordt gevonden. Gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen spreken soms verschillende talen en werken soms langs elkaar heen. Enkel zorg bieden of enkel een woning of een uitkering aanbieden, biedt voor iemand die dakloos is onvoldoende basis om langdurig stabiel gehuisvest te worden.

Verschillende partijen zijn elk verantwoordelijk voor een deel van de oplossing voor dakloosheid, maar gezamenlijk zijn we verantwoordelijk voor het geheel. Alleen in goede samenwerking met elkaar kunnen we dakloosheid daadwerkelijk beëindigen. Daarbij moet voor alle partijen inzichtelijk zijn wat ze kunnen en willen leveren, wat de valkuilen zijn om mee te doen aan het oplossen van dakloosheid en wat ze van elkaar nodig hebben.

Verschillende partijen zijn elk verantwoordelijk voor een deel van de oplossing voor dakloosheid, maar gezamenlijk zijn we verantwoordelijk voor het geheel.

– Thijs Honig, directeur Maatschappelijke Opvang ‘s-Hertogenbosch

In de eerste plaats is het belangrijk dat alle partijen beseffen dat ketensturing noodzakelijk is. We zijn gewend om de dingen vanuit ons eigen perspectief en de eigen achterban vorm te geven. Als we dat blijven doen, dan leidt dat niet tot het gewenste resultaat. Dit met elkaar beseffen is een belangrijke eerste stap geweest.

In de tweede plaats is het belangrijk dat we bruggen slaan tussen structuren en culturen van de ketenpartners, om te kunnen beginnen met ketensamenwerking. Dat is niet altijd eenvoudig, want elke organisatie heeft haar eigen belangen, werkwijzen en cultuur. Wij hebben het geluk dat onze regionale partners dezelfde urgentie zien en dat we in staat waren snel een vertrouwensband te creëren. Dat is de basis voor een goede samenwerking. Het is natuurlijk altijd even samen zoeken, maar dat is bij elke relatie die je aangaat. Elke relatie vraagt voortdurend onderhoud en heeft een zekere zelfreflectie nodig. Soms zijn organisaties zo gewend aan hun ‘routes’, dat het veel energie kost om ze mee te krijgen. Maar ook dat moet groeien. In het begin is er altijd meer voorzichtigheid. Je kunt natuurlijk wel roepen dat je bijvoorbeeld gelijkwaardigheid nastreeft, maar de praktijk is weerbarstiger.

In de derde plaats is het belangrijk dat iedere ketenpartner de bovenliggende maatschappelijke doelstelling nastreeft. Je levert als ketenpartner altijd wel iets in ten gunste van de bovenliggende gezamenlijke doelstelling. Hierbij neem je niet langer je eigen instellingsbelang als uitgangspunt, maar kijk je steeds naar dat hogere gezamenlijke doel. Deze nieuwe manier van werken heeft tijd nodig.

We willen een kartrekker zijn voor het oplossen van dakloosheidsproblematiek. Sterker nog, we willen dit zo graag dat we ons identificeren met de paradigmashift waaraan we nu bouwen. Als zelfstandige organisatie zijn we niet in staat om het grotere doel te bereiken. We hebben elkaar nodig. Dit geldt voor alle ketenpartners, zodat we ook in staat zijn om samen de problemen in de keten op te lossen. Open zijn met elkaar en delen, is hierbij essentieel.

We zijn kartrekkers van een grote maatschappelijke verandering. Dat is spannend en toch is ruimte nodig om lerend de route af te leggen. Ondanks de urgentie, moeten we die ruimte ook durven nemen. We zijn ons daarvan bewust. We verkorten routes en procedures. Ook aan de fysieke kant richten we de opvang anders in, om deze uiteindelijk definitief te kunnen sluiten. We hebben met de grotere ketenpartners geleerd dat korte lijnen en flexibiliteit nodig zijn om stevig door te pakken. Hiermee versnellen we processen en durven we onconventionele routes te kiezen die ten goede komen aan onze doelgroep. Je moet wel allemaal een beetje lef hebben en durven doorpakken.

Er zijn natuurlijk ook een aantal minder fijne gevolgen, bijvoorbeeld angst en onzekerheid over wat precies gaat komen en wat dat betekent voor de uitvoering. Enerzijds zijn die angst en onzekerheid heel normaal en begrijpelijk, anderzijds vormen ze een zeker bedrijfsrisico op vertragingen in implementatieprocessen.

Tips van Thijs bij het starten met ketensturing:

  1. Ga op zoek naar de dieperliggende missie en naar wat mensen daadwerkelijk helpt. Een woningcorporatie is geen organisatie die er alleen voor zorgt dat haar woningen verhuurd worden. Haar eigenlijke opdracht is ervoor te zorgen dat iedereen ergens kan wonen. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de inkoop van de juiste opvang voor mensen vanuit de rijksbegroting, maar is ervoor verantwoordelijk dat zij de juiste investeringen doet die mensen in staat stellen om weer te participeren in de samenleving. De maatschappelijke opvang lijkt verantwoordelijk voor het bieden van opvang aan mensen die dakloos zijn, maar het is veel doeltreffender om de beschikbare middelen in te zetten om mensen juist zo kort mogelijk opvang te bieden.
  2. Wees bereid als ketenpartner iets in te leveren als dat de bovenliggende ketendoelstelling ten goede komt.
  3. Toon lef en durf door te pakken. Neem de ruimte om samen te leren en te reflecteren.

Je moet wel allemaal een beetje lef hebben en durven doorpakken.

– Thijs Honig, directeur Maatschappelijke Opvang ‘s-Hertogenbosch
Terug naar overzicht
Kom in contact!
Peter Geelen
peter.geelen@ipmpartners.com0646230617